Beste lezer: het is zo ver, ik heb een nieuwe auto gekocht. Voor het eerst van mijn leven. Volgens mijn vrouw moesten we het zuiniger aan doen, zij vond dat we helemaal geen nieuwe auto konden betalen. Maar omdat ik het eigenlijk wel graag wilde ben ik eens na gaan denken. Ik dacht: Stel je nou eens voor dat je iets zou kunnen vinden om die nieuwe auto goedkoper te maken. Bijvoorbeeld door dingen weg te laten die je niet echt nodig hebt. Opeens schoot het me te binnen: de airbags! Vreemd, op verschillende plaatsen in de auto staat de aanduiding dat er een airbag zit, maar ik heb er nog nooit een gezien. Ook nog nooit gebruikt dus. En je betaalt er wel voor! Maar ja, om zo maar een auto te kopen zonder airbags alleen maar omdat het goedkoper zou zijn, daar zou ik natuurlijk veel kritiek op krijgen. Dus dacht ik: Ik moet eens gaan onderzoeken hoeveel toegevoegde waarde zo'n airbag nou eigenlijk heeft.
Ik moest wel een geloofwaardig overkomen en dus natuurlijk niet met een prutsonderzoekje komen. Daarom ben een lijvig onderzoek op gaan zetten. En 'wetenschappelijk onderbouwd' natuurlijk. Ik ben alle autoritten van de mensen in onze buurt en van onszelf een jaar lang gaan 'monitoren'. Ik heb daarbij gekeken naar alle ongelukken en ongelukjes die plaats vonden. Ik heb alles meegenomen. Van de forse aanrijding van die buurman verderop in de straat die iemand van rechts geen voorrang verleende, tot het ongelukje van de buurvrouw die achteruit rijdend een bermpaaltje omver reed. En ja, ook die kras die ik opliep op onze auto bij de supermarkt. En wat denk je? in 96% van de gevallen heb je die airbag helemaal niet nodig! En zeker niet als je alleen maar in de buurt rijd. Dus bij het boodschappen doen en zo. Daar was het zelfs 100% overbodig om een airbag in de auto te hebben. Het ei van Columbus. Nu heb ik dus een auto gekocht zonder airbags. Scheelt zomaar ruim €4000,- Simpel geld! Het is natuurlijk wel zo, dat het voor lange ritten misschien beter is om wel airbags te hebben. Daarom ruilen we onze oude auto niet in. Die houden we. En als we wat verder weg gaan nemen we onze oude auto, met airbags, mee.
Onze kinderen, die allebei al een paar jaar hun rijbewijs hebben en ook in het onderzoek meededen, roepen: Pa, dit is niks. Het geeft een heel erg onveilig gevoel. Die dingen zitten daar niet voor niets, die zitten er toch echt voor de veiligheid. Maar ik noem dat een 'subjectief gevoel van veiligheid'. Een gevoel dat niet gebaseerd is op feiten en ervaringen dus. Dat komt alleen maar omdat ze nooit anders geleerd hebben dan dat er een airbag in de auto zit. Met een goed gesprek heb ik ze kunnen overtuigen. Mijn vrouw schaamt zich eigenlijk wel een beetje dat we puur uit zuinigheid geen airbags hebben. Dus die legt, als de buren er naar vragen, vooral de nadruk op het onderzoek wat ik heb gedaan. Een 'praktijkgericht mobiliteidsonderzoek' noemt ze het. Klinkt altijd goed natuurlijk. Eigenlijk weet ik ook wel dat we niet echt bezuinigd hebben, omdat we onze vorige auto gehouden hebben. Maar dat maakt niet uit. Mijn vrouw is tevreden en ik heb een nieuwe auto. Wat wil je nog meer.
maandag 19 december 2011
woensdag 7 december 2011
Lage Mierden
Bezuinigingen houden ook de brandweer in Nederland al een tijd bezig. Overal moet er bezuinigd worden en dus gaan de bestuurders ook bij de brandweer kijken of ze nog ergens een paar euro's af kunnen snoepen. Op zich niets mis mee natuurlijk. Mits het niet ten koste gaat van de veiligheid van de burgers en de hulpverleners. Het oprekken van de opkomsttijden van de brandweer lijkt populair te worden. zoals in Limburg- Noord.Verhoog de tijden generiek een paar minuten, (die burger merkt daar toch niets van) en je kan je netwerk van brandweerkazernes zomaar uitdunnen. Kassa! Een ander middel is het verminderen van het aantal brandweermensen op een voertuig. Een commandant in Apeldoorn noemde met vier man uitrukken in plaats van 6 zelfs: 'simpel geld' . Overigens gold dat volgens hem voor een beroepsbezetting, bij een vrijwilligersbezetting was het een goed middel om de opkomsttijden te kunnen halen.
In de gemeente Reusel- de Mierden in de regio Brabant-zuidoost ligt het ingewikkelder. Daar is al een hele tijd een verwoede strijd gaande tussen de brandweervrijwilligers samen met de burgers van de Mierden aan de ene kant en de gemeente aan de andere kant, vanwege een besluit om de post de Mierden te sluiten. Volgens de gemeente zijn er te weinig vrijwilligers, maar mensen in de Mieren vinden dat de gemeente dat probleem op een goedkope manier willen oplossen door simpelweg de post te sluiten. Ook een bezuiniging dus. Alle inspanningen van de mensen in de Mierden worden door de gemeente aan de kant geschoven, het besluit tot sluiting van de post blijft staan. Zegt de commandant van Apeldoorn dat minder vrijwilligers op een voertuig misschien goed is voor de opkomsttijden, In Reusel-de Mierden zegt burgemeester Teurlings dat er altijd zes personen op een voertuig moeten. 'En omdat we die niet hebben, sluiten we de tent. Dat de opkomsttijden daardoor langer worden, tja daar kunnen wij ook niets aan doen.'
Minister Opstelten schreef een heldere brief. Ondanks deze brief en een stevig signaal van de VBV doet burgemeester Teurlings van Reusel-de Mierden het luchtig af. 'Die brief was niet voor ons bedoeld. die was voor Limburg Noord, waar ze generiek de opkomsttijden oprekken. Dat is bij ons niet aan de orde'. Over dat generiek oprekken staat, zoals u zelf kunt lezen, niets in de brief. Die brief gaat over de wettelijke kaders en de normtijden waar aan voldaan moet worden. gewoon artikel 3.2.1 van de wet veiligheidsregio's dus.
Ontstellend om te zien hoe bestuurders reageren. En zo verschillend ook. Bluft de burgemeester van Venlo dat hij het veel beter weet dan de minister, de burgemeester van Reusel- de Mierden speelt de onnozele. Zoals twee fietsers die 's avonds worden aangehouden door de politie omdat hun licht niet brand. De eerste bluft dat hij het onzin vind dat hij een bekeuring krijgt. 'Als u goed om u heen kijkt kunt niet anders dan constateren dat we in de toekomst zonder licht moeten kunnen rijden, zo donker is het hier niet', roept hij tegen de agent. De tweede fietser reageert onnozel zegt: 'Die bekeuring geld niet voor mij, want bij mij is gewoon het lampje stuk'.
In de gemeente Reusel- de Mierden in de regio Brabant-zuidoost ligt het ingewikkelder. Daar is al een hele tijd een verwoede strijd gaande tussen de brandweervrijwilligers samen met de burgers van de Mierden aan de ene kant en de gemeente aan de andere kant, vanwege een besluit om de post de Mierden te sluiten. Volgens de gemeente zijn er te weinig vrijwilligers, maar mensen in de Mieren vinden dat de gemeente dat probleem op een goedkope manier willen oplossen door simpelweg de post te sluiten. Ook een bezuiniging dus. Alle inspanningen van de mensen in de Mierden worden door de gemeente aan de kant geschoven, het besluit tot sluiting van de post blijft staan. Zegt de commandant van Apeldoorn dat minder vrijwilligers op een voertuig misschien goed is voor de opkomsttijden, In Reusel-de Mierden zegt burgemeester Teurlings dat er altijd zes personen op een voertuig moeten. 'En omdat we die niet hebben, sluiten we de tent. Dat de opkomsttijden daardoor langer worden, tja daar kunnen wij ook niets aan doen.'
Minister Opstelten schreef een heldere brief. Ondanks deze brief en een stevig signaal van de VBV doet burgemeester Teurlings van Reusel-de Mierden het luchtig af. 'Die brief was niet voor ons bedoeld. die was voor Limburg Noord, waar ze generiek de opkomsttijden oprekken. Dat is bij ons niet aan de orde'. Over dat generiek oprekken staat, zoals u zelf kunt lezen, niets in de brief. Die brief gaat over de wettelijke kaders en de normtijden waar aan voldaan moet worden. gewoon artikel 3.2.1 van de wet veiligheidsregio's dus.
Ontstellend om te zien hoe bestuurders reageren. En zo verschillend ook. Bluft de burgemeester van Venlo dat hij het veel beter weet dan de minister, de burgemeester van Reusel- de Mierden speelt de onnozele. Zoals twee fietsers die 's avonds worden aangehouden door de politie omdat hun licht niet brand. De eerste bluft dat hij het onzin vind dat hij een bekeuring krijgt. 'Als u goed om u heen kijkt kunt niet anders dan constateren dat we in de toekomst zonder licht moeten kunnen rijden, zo donker is het hier niet', roept hij tegen de agent. De tweede fietser reageert onnozel zegt: 'Die bekeuring geld niet voor mij, want bij mij is gewoon het lampje stuk'.
donderdag 1 december 2011
Limburg- Noord
De Veiligheidsregio Limburg- Noord is een bestuurlijke en organisatorische chaos. Binnen de top van de regio is inmiddels een conflict uitgebarsten dat regionaal brandweercommandant Sjoerd van der Schuit voorlopig de kop heeft gekost. Burgemeester Bruls van Venlo, voorzitter van de veiligheidsregio, wil slechts kwijt dat de commandant tijdens de duur van een aanvullend onderzoek, dat 6 á 8 weken gaat duren, ‘even van de werkvloer moet’. Dit alles staat te lezen op de website van Binnenlands Bestuur d.d 18 februari 2011. Iemand zet er als commentaar onder: 'als klopt wat er staat heeft de alg. dir. de onderzoeksopdracht gegeven aan een voormalige werknemer uit een vorige werkkring....dus is het voorspelbaar dat de schuld dan bij de andere twee directieleden komt te liggen...' Inderdaad: een chaos.
Op 7 november komt de Veiligheidsregio Limburg- Noord met hun dekkingsplan 2012. Het betreffende document is helemaal geen dekkingsplan maar niet meer dan een simpel epistel van 4 kantjes met een voorstel aan het algemeen bestuur van de veiligheidsregio om accoord te gaan met een aantal 'uitgangspunten' zoals: vaststellen van de norm op 15 minuuren en prioriteit geven aan de maatregelen op het gebied van risicobeheersing voor het buitengebied waar de opkomsttijd van, 15 minuten niet haalbaar is. Volgens de wet op de veiligheidsregio's staan in zo'n dekkingsplan: 'voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk om daaraan te kunnen voldoen'. Ik zou zeggen lees het zogenaamde "dekkingsplan" en oordeel zelf of het hieraan voldoet.
En er komt nog meer. Burgemeester Delissen van gemeente Peel en Maas ruikt geld. Ze ziet een bezuinigingskans en kondigt aan dat, nu de tijden toch verruimd zijn, de brandweerpost Maasbree dus wel dicht kan. Ze gaat er gemakshalve maar van uit dat de gemeente Venlo met gesloten beurs de brandweerzorg in dat gebied wel gaat overnemen. Bruls, nu in de rol van burgemeester van Venlo, geeft echter aan dat van gesloten beurzen geen sprake kan zijn. lees hier het persbericht. Bovendien maakt Delissen de raad wijs dat ze contact gehad heeft met V&J en daar geen tegenstand te verwachten is.
Minister Opstelten schrijft naar aanleiding van al deze gebeurtenissen een brief aan de kamer. Citaat uit die brief: 'Indien het bestuur van een veiligheidsregio voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststelt die afwijken van de Wet, dan is voorgeschreven dat afwijkingen per object inzichtelijk gemaakt moeten worden en dat tevens dan duidelijk moet zijn wat de precieze mate van afwijking is. Dat betekent dat in een bestuurlijk geaccordeerd dekkingsplan de locatie en mate van afwijking dienen te zijn gemotiveerd en dat compenserende maatregelen inzichtelijk zijn gemaakt. Zoals ook aangegeven in mijn brief aan Uw Kamer 1, is de IOOV op mijn aangeven een grootschalig en diepgravend onderzoek gestart naar de daadwerkelijke opkomsttijden en dekkingsplannen van alle veiligheidsregio’s. Dat onderzoek moet in februari 2012 gereed zijn en u wordt te zijner tijd over de uitkomsten ervan geïnformeerd.' Duidelijke taal dus. Dat doe je niet zomaar even af met een gratis rookmeldertje en een voorlichtingsavond in het plaatselijke dorpshuis.
Al met al is het dus nog steeds een chaos. Natuurlijk zijn er meer regio's waar alles niet op orde is. Maar als je dit zo volgt is Limburg- Noord van alle regio's haast wel het slechtste jongetje van de klas.
En ineens gaat dat slechtste jongetje van de klas ook nog eens de meester uitleggen hoe het moet. 'Als het onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid in februari is afgerond, zal minister Ivo Opstelten niet anders kunnen dan de nieuwe wetgeving rond de uitruktijden van de brandweer ruimer te interpreteren.' Aldus Bruls in "de Limburger" en: 'Het oprekken van de uitruktijd naar 15 minuten is een „bewuste keuze”. Dat Limburg-Noord daarmee voorop loopt en zich landelijk in de kijker speelt, is volgens hem niet erg. „Ik hou er wel van het voortouw te nemen”. De voorzitter vindt dat er veel meer vanuit preventie moet worden gedacht en minder vanuit repressie (blussen). „Dat is de ouderwetse manier van denken.”
Wat een arrogantie. Zeker als je bedenkt dat zelfs de bewering dat hij het voortouw neemt niet eens waar is. (zie de "Friese norm" en de perikelen in de Mierden) Ik ben misschien ouderwets, maar vroeger werden dat soort jongetjes aan hun oren naar voren gehaald door de meester. 'Wat? vooroplopen? Voor in de klas zitten zul je bedoelen! luisteren en doen wat de meester zegt!
Op 7 november komt de Veiligheidsregio Limburg- Noord met hun dekkingsplan 2012. Het betreffende document is helemaal geen dekkingsplan maar niet meer dan een simpel epistel van 4 kantjes met een voorstel aan het algemeen bestuur van de veiligheidsregio om accoord te gaan met een aantal 'uitgangspunten' zoals: vaststellen van de norm op 15 minuuren en prioriteit geven aan de maatregelen op het gebied van risicobeheersing voor het buitengebied waar de opkomsttijd van, 15 minuten niet haalbaar is. Volgens de wet op de veiligheidsregio's staan in zo'n dekkingsplan: 'voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk om daaraan te kunnen voldoen'. Ik zou zeggen lees het zogenaamde "dekkingsplan" en oordeel zelf of het hieraan voldoet.
En er komt nog meer. Burgemeester Delissen van gemeente Peel en Maas ruikt geld. Ze ziet een bezuinigingskans en kondigt aan dat, nu de tijden toch verruimd zijn, de brandweerpost Maasbree dus wel dicht kan. Ze gaat er gemakshalve maar van uit dat de gemeente Venlo met gesloten beurs de brandweerzorg in dat gebied wel gaat overnemen. Bruls, nu in de rol van burgemeester van Venlo, geeft echter aan dat van gesloten beurzen geen sprake kan zijn. lees hier het persbericht. Bovendien maakt Delissen de raad wijs dat ze contact gehad heeft met V&J en daar geen tegenstand te verwachten is.
Minister Opstelten schrijft naar aanleiding van al deze gebeurtenissen een brief aan de kamer. Citaat uit die brief: 'Indien het bestuur van een veiligheidsregio voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststelt die afwijken van de Wet, dan is voorgeschreven dat afwijkingen per object inzichtelijk gemaakt moeten worden en dat tevens dan duidelijk moet zijn wat de precieze mate van afwijking is. Dat betekent dat in een bestuurlijk geaccordeerd dekkingsplan de locatie en mate van afwijking dienen te zijn gemotiveerd en dat compenserende maatregelen inzichtelijk zijn gemaakt. Zoals ook aangegeven in mijn brief aan Uw Kamer 1, is de IOOV op mijn aangeven een grootschalig en diepgravend onderzoek gestart naar de daadwerkelijke opkomsttijden en dekkingsplannen van alle veiligheidsregio’s. Dat onderzoek moet in februari 2012 gereed zijn en u wordt te zijner tijd over de uitkomsten ervan geïnformeerd.' Duidelijke taal dus. Dat doe je niet zomaar even af met een gratis rookmeldertje en een voorlichtingsavond in het plaatselijke dorpshuis.
Al met al is het dus nog steeds een chaos. Natuurlijk zijn er meer regio's waar alles niet op orde is. Maar als je dit zo volgt is Limburg- Noord van alle regio's haast wel het slechtste jongetje van de klas.
En ineens gaat dat slechtste jongetje van de klas ook nog eens de meester uitleggen hoe het moet. 'Als het onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid in februari is afgerond, zal minister Ivo Opstelten niet anders kunnen dan de nieuwe wetgeving rond de uitruktijden van de brandweer ruimer te interpreteren.' Aldus Bruls in "de Limburger" en: 'Het oprekken van de uitruktijd naar 15 minuten is een „bewuste keuze”. Dat Limburg-Noord daarmee voorop loopt en zich landelijk in de kijker speelt, is volgens hem niet erg. „Ik hou er wel van het voortouw te nemen”. De voorzitter vindt dat er veel meer vanuit preventie moet worden gedacht en minder vanuit repressie (blussen). „Dat is de ouderwetse manier van denken.”
Wat een arrogantie. Zeker als je bedenkt dat zelfs de bewering dat hij het voortouw neemt niet eens waar is. (zie de "Friese norm" en de perikelen in de Mierden) Ik ben misschien ouderwets, maar vroeger werden dat soort jongetjes aan hun oren naar voren gehaald door de meester. 'Wat? vooroplopen? Voor in de klas zitten zul je bedoelen! luisteren en doen wat de meester zegt!
vrijdag 9 september 2011
Noabers met passie
Zoals u in mijn profiel kunt lezen werk ik bij de brandweer op de afdeling risicobeheersing. Mijn taak is het operationeel en up to date houden van onze Mobile Data Terminals. Daarbij hoort ook het jezelf op de hoogte houden van de nieuwste ontwikkelingen. Dit is de reden dat ik afgelopen week op bezoek was bij onze 'noabers', de buren, de Veiligheidsregio Twente. Onder het motto: 'kieken wat 't wordt' is men daar bezig met het doorontwikkelen van de MDT. En als u nou denkt dat er in Twente alleen maar boeren wonen, wel vergeet het maar. Een aantal slimme brandweermensen en ICT'ers hebben de koppen bij elkaar gestoken en zich afgevraagd: hoe krijgen we slim en simpel de juiste informatie op de juiste plaats. Op zich niets nieuws. Deze vraag is in meerdere projecten, vele malen eerder gesteld. Alleen heeft dit project een aantal opmerkelijke verschillen met eerdere initiatieven.
Ten eerste: Men is uitgegaan van bestaande software en hardware. Dat is slim. Tot nu toe wordt vaak uitgegaan van de stelling dat alles speciaal voor de O.O.V. gemaakt moet zijn, omdat het dan pas goed, veilig en op de wensen van de gebruikers afgestemd is. En door alles centraal te regelen en in te kopen zou het nog relatief goedkoop zijn ook. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar het C2000 systeem en de bijbehorende apparatuur, zie je al direct dat dat niet waarheid is. Ook moet alles 'hufterproof' en graag ook nog 'Brandweerproof' zijn. Dat resulteert helaas vaak in een log, ingewikkeld en duur systeem wat weinig gebruiksvriendelijkheid meer vertoond en dat, als het na een lang traject van overleggen en aanbesteden, eindelijk operationeel is, hopeloos verouderd is. Een kleine vergelijking: Een full rugged (hufterproof) tablet pc kost ongeveer 4500 euro. daar kun je met gemak 6 i-pads voor kopen. Hoe hufterproof moet iets zijn?
Maar wat volgens mij nog een belangrijker verschil met eerdere initiatieven is: dit is een locaal initiatief en dat wil men ook zo houden. Iedereen kan aanhaken, mee doen en mee denken maar het blijft een Twents feestje. En dat is volgens mij de sleutel tot het succes van dit project. De passie en betrokkenheid bij de presentatie was gewoon voelbaar. De zelfde passie die brandweervrijwilligers hebben bij hun locale korps, was ook hier aanwezig. Van de portefeuillehouder repressie tot de bevelvoerder die aan de pilot mee werkt, allemaal spreken ze met het zelfde enthousiasme over 'hun' project, en zijn ze even enthousiast en overtuigd dat dit project gaat slagen. Men heeft het dan ook heel erg 'persoonlijk' gemaakt. de i-pad is of wordt 'op de man' uitgereikt. Niet dichtgetimmerd door de afdeling automatisering, niet vastgeschroefd in het voertuig, nee, een persoonlijk stuk gereedschap waarmee de gebruiker ook gewoon thuis kan internetten, mailen, twitteren, boeken lezen en wat al niet meer. Daarmee bereik je dat het apparaat ook daadwerkelijk wordt gebruikt. En dat de gebruiker, als het er op aan komt, exact weet hoe het werkt en wat hij er mee kan.
Dit project is genomineerd voor de Jan van der Heijdenprijs van de NVBR. Bescheiden als Twentenaren zijn heeft men nog getwijfeld of men zich hier wel voor op moest geven. Het was immers niet iets nieuws. De i-pad is gewoon in de winkel te koop, en een sommige gebruikte app's zijn gewoon te downloaden. Maar wat hier innovatief aan is, is dat zij zich buiten de afgebakende paden durft te begeven en oude dogma's durven laten varen. Dat zij, in tegenstelling tot veel andere projecten, beginnen vanuit de behoefte van de eindgebruiker, en dat ze durven te zeggen, het blijft ons project, we halen er geen landelijke organisaties bij in, maar iedereen mag aanhaken. Als Twente de prijs wint wil men van het prijzengeld, 10.000 euro, een heuse brandweer app-store inrichten. Geweldig.
U begrijpt het: wat betreft die prijs ben ik vreselijk partijdig. Dat komt deels door mijn werk natuurlijk maar meer nog door het enthousiasme wat de mensen achter dit project uitstralen. Daardoor kan dit project gewoon niet mislukken. Als u door dit verhaal ook enthousiast geworden bent kunt u hier uw stem uitbrengen.
Ten eerste: Men is uitgegaan van bestaande software en hardware. Dat is slim. Tot nu toe wordt vaak uitgegaan van de stelling dat alles speciaal voor de O.O.V. gemaakt moet zijn, omdat het dan pas goed, veilig en op de wensen van de gebruikers afgestemd is. En door alles centraal te regelen en in te kopen zou het nog relatief goedkoop zijn ook. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar het C2000 systeem en de bijbehorende apparatuur, zie je al direct dat dat niet waarheid is. Ook moet alles 'hufterproof' en graag ook nog 'Brandweerproof' zijn. Dat resulteert helaas vaak in een log, ingewikkeld en duur systeem wat weinig gebruiksvriendelijkheid meer vertoond en dat, als het na een lang traject van overleggen en aanbesteden, eindelijk operationeel is, hopeloos verouderd is. Een kleine vergelijking: Een full rugged (hufterproof) tablet pc kost ongeveer 4500 euro. daar kun je met gemak 6 i-pads voor kopen. Hoe hufterproof moet iets zijn?
Maar wat volgens mij nog een belangrijker verschil met eerdere initiatieven is: dit is een locaal initiatief en dat wil men ook zo houden. Iedereen kan aanhaken, mee doen en mee denken maar het blijft een Twents feestje. En dat is volgens mij de sleutel tot het succes van dit project. De passie en betrokkenheid bij de presentatie was gewoon voelbaar. De zelfde passie die brandweervrijwilligers hebben bij hun locale korps, was ook hier aanwezig. Van de portefeuillehouder repressie tot de bevelvoerder die aan de pilot mee werkt, allemaal spreken ze met het zelfde enthousiasme over 'hun' project, en zijn ze even enthousiast en overtuigd dat dit project gaat slagen. Men heeft het dan ook heel erg 'persoonlijk' gemaakt. de i-pad is of wordt 'op de man' uitgereikt. Niet dichtgetimmerd door de afdeling automatisering, niet vastgeschroefd in het voertuig, nee, een persoonlijk stuk gereedschap waarmee de gebruiker ook gewoon thuis kan internetten, mailen, twitteren, boeken lezen en wat al niet meer. Daarmee bereik je dat het apparaat ook daadwerkelijk wordt gebruikt. En dat de gebruiker, als het er op aan komt, exact weet hoe het werkt en wat hij er mee kan.
Dit project is genomineerd voor de Jan van der Heijdenprijs van de NVBR. Bescheiden als Twentenaren zijn heeft men nog getwijfeld of men zich hier wel voor op moest geven. Het was immers niet iets nieuws. De i-pad is gewoon in de winkel te koop, en een sommige gebruikte app's zijn gewoon te downloaden. Maar wat hier innovatief aan is, is dat zij zich buiten de afgebakende paden durft te begeven en oude dogma's durven laten varen. Dat zij, in tegenstelling tot veel andere projecten, beginnen vanuit de behoefte van de eindgebruiker, en dat ze durven te zeggen, het blijft ons project, we halen er geen landelijke organisaties bij in, maar iedereen mag aanhaken. Als Twente de prijs wint wil men van het prijzengeld, 10.000 euro, een heuse brandweer app-store inrichten. Geweldig.
U begrijpt het: wat betreft die prijs ben ik vreselijk partijdig. Dat komt deels door mijn werk natuurlijk maar meer nog door het enthousiasme wat de mensen achter dit project uitstralen. Daardoor kan dit project gewoon niet mislukken. Als u door dit verhaal ook enthousiast geworden bent kunt u hier uw stem uitbrengen.
zondag 3 juli 2011
vrijwilliger
In het blad Binnenlands Bestuur nummer 23 staat een artikel over de zorgen die de brandweervrijwilligers hebben over de toekomst van de brandweer en de op handen zijnde regionalisatie. Een mooi artikel wat volgens mij goed verwoord wat ook uit de SP enquête 'De brandweer aan het woord' duidelijk wordt. In nummer 25 van dit blad staat op pagina 53 een ingezonden stuk van Menno van Duin, lector crisisbeheersing bij het NIFV en de politieacademie. Het is een reactie op het eerstgenoemde artikel. Meneer van Duin wil even een paar hardnekkige misverstanden uit de weg ruimen. Bijvoorbeeld dat een brandweervrijwilliger geen echte vrijwilliger is. Waarom niet? Wel: die vrijwilliger wordt namelijk betaald. En meer dan er belastingtechnisch aan een vrijwilliger mag worden betaald. Sommigen krijgen volgens mijnheer van Duin wel 10.000 euro. Ook zijn ze nog eens net zo goed opgeleid als hun beroepscollega's. Verder worden ze soms gekazerneerd en hebben een ze een zekere mate van opkomstplicht. Dit alles maakt dat het begrip vrijwilligheid volgens mijnheer van Duin niet de lading dekt. 'Toch wordt het begrip hardnekkig gekoesterd als een geuzennaam. Ik durf te beweren dat het wegvallen van de vergoeding heel wat meer piepers op zal leveren dan het wegvallen van de locale inbedding.' Aldus mijnheer van Duin.
Tjonge, waar zal ik beginnen? Ten eerste: wij zijn geen helden en geen rebellen en hebben dus ook geen geuzennaam nodig. We zijn gewoon maatschappelijk betrokken burgers die naast ons reguliere werk er voor hebben gekozen om iets in het maatschappelijk belang te doen. Wij hebben voor de brandweer gekozen, anderen kiezen voor koffie schenken in een bejaardentehuis. Uiteindelijk doet het er niet eens toe hoe je het noemt, beide taken verdienen maatschappelijk gezien evenveel respect.
Ten tweede: Meneer van Duin gaat er van uit dat het woord 'vrijwilliger' komt van 'vrijwilligerswerk'. Hier maakt hij een denkfout. De term vrijwillig brandweerman komt namelijk van het verschil tussen vrijwillige brandweer, plichtsbrandweer en beroepsbrandweer. Vroeger was het zo dat bepaalde banen (onder andere bij de gemeente) als extra verplichting hadden dat je brandweerman was. Die plichtsbrandweer bestaat inmiddels volgens mij nagenoeg niet meer, maar de term vrijwillige brandweer bleef, als tegenhanger van beroepsbrandweer.
Ten derde: ik vind de opmerking 'Ik durf te beweren dat het wegvallen van de vergoeding heel wat meer piepers op zal leveren dan het wegvallen van de locale inbedding' een kwalijke manier van beeldvorming. In de eerste plaats is het niet duidelijk waar de bedragen vandaan komen die meneer van Duin noemt. De vergoeding voor een 'uitrukuur' is voor een manschap b, 23 euro. Daar zit alles bij in; dus wij krijgen geen extra toeslagen zoals bijvoorbeeld een onregelmatigheidstoeslag of gevarengeld. De vergoeding voor bijvoorbeeld een oefen- of cursusuur is bruto iets meer dan 12 euro. Voor die 10.000 euro die mijnheer van Duin noemt moet je dus wel heel veel uren maken. Zoveel uren heb ik in ieder geval nog nooit gemaakt. Overigens is die vergoeding voor het werk dat wij doen maatschappelijk gezien erg laag. Ons werk is voor het overgrote deel onregelmatig. Als de pieper gaat terwijl we bij onze reguliere werkgever aan het werk zijn, moeten we alles laten vallen en naar de brandweer toe. En wat te denken van de volgende situatie: 's nachts om half 3 gaat de pieper met de melding 'dieren in nood'. Er blijkt er een koe in de grup te zijn gevallen. Na twee uur zwoegen staat de koe weer op het droge en ga je met de stront nog achter je oren weer naar huis. Maar je hebt wel de vroege dienst en moet om 6 uur beginnen. Dit betekent snel douchen en door naar je gewone werk, want je baas verwacht wel van je dat je op tijd bent. Let wel: dit is geen klaagzang, we hebben er zelf voor gekozen, maar niet omdat het veel geld oplevert. Want ga maar na: van die bruto 23 euro voor een uitrukuur hou je netto ongeveer 15 euro over. Voor zo'n gevalletje 'koe in de grup' midden in de nacht krijg je dus uiteindelijk ongeveer 30 euro. En in sommige gevallen zelfs dat niet eens: stel dat een manschap bij zijn reguliere baas bruto 25 euro per uur verdiend, (wat niet ondenkbaar is) en hij moet tijdens zijn werk weg en daarvoor gewoon vrije uren inleveren, moet hij zelfs geld bijleggen.
Brandweermensen hoeven geen geuzennaam. Wij zijn misschien fiscaal gezien geen vrijwilligers, maar doen dit werk wel uit maatschappelijke betrokkenheid en niet om het geld dat het oplevert. Kortom; al met al is het maar een vreemd en warrig verhaal van mijnheer van Duin. Er is veel wat niet klopt en het is soms onduidelijk wat hij bedoeld te zeggen. Wat mij hieraan stoort is de negatieve beeldvorming. Dit valt mij zeker van een lector crisisbeheersing tegen. Ik heb het idee dat hij dit hele verhaal laat op de avond onder het genot van een goed glas wijn geschreven en verzonden heeft, en het zou mij niet verbazen als hij de andere dag zelf ook geschrokken is van het resultaat.
Tjonge, waar zal ik beginnen? Ten eerste: wij zijn geen helden en geen rebellen en hebben dus ook geen geuzennaam nodig. We zijn gewoon maatschappelijk betrokken burgers die naast ons reguliere werk er voor hebben gekozen om iets in het maatschappelijk belang te doen. Wij hebben voor de brandweer gekozen, anderen kiezen voor koffie schenken in een bejaardentehuis. Uiteindelijk doet het er niet eens toe hoe je het noemt, beide taken verdienen maatschappelijk gezien evenveel respect.
Ten tweede: Meneer van Duin gaat er van uit dat het woord 'vrijwilliger' komt van 'vrijwilligerswerk'. Hier maakt hij een denkfout. De term vrijwillig brandweerman komt namelijk van het verschil tussen vrijwillige brandweer, plichtsbrandweer en beroepsbrandweer. Vroeger was het zo dat bepaalde banen (onder andere bij de gemeente) als extra verplichting hadden dat je brandweerman was. Die plichtsbrandweer bestaat inmiddels volgens mij nagenoeg niet meer, maar de term vrijwillige brandweer bleef, als tegenhanger van beroepsbrandweer.
Ten derde: ik vind de opmerking 'Ik durf te beweren dat het wegvallen van de vergoeding heel wat meer piepers op zal leveren dan het wegvallen van de locale inbedding' een kwalijke manier van beeldvorming. In de eerste plaats is het niet duidelijk waar de bedragen vandaan komen die meneer van Duin noemt. De vergoeding voor een 'uitrukuur' is voor een manschap b, 23 euro. Daar zit alles bij in; dus wij krijgen geen extra toeslagen zoals bijvoorbeeld een onregelmatigheidstoeslag of gevarengeld. De vergoeding voor bijvoorbeeld een oefen- of cursusuur is bruto iets meer dan 12 euro. Voor die 10.000 euro die mijnheer van Duin noemt moet je dus wel heel veel uren maken. Zoveel uren heb ik in ieder geval nog nooit gemaakt. Overigens is die vergoeding voor het werk dat wij doen maatschappelijk gezien erg laag. Ons werk is voor het overgrote deel onregelmatig. Als de pieper gaat terwijl we bij onze reguliere werkgever aan het werk zijn, moeten we alles laten vallen en naar de brandweer toe. En wat te denken van de volgende situatie: 's nachts om half 3 gaat de pieper met de melding 'dieren in nood'. Er blijkt er een koe in de grup te zijn gevallen. Na twee uur zwoegen staat de koe weer op het droge en ga je met de stront nog achter je oren weer naar huis. Maar je hebt wel de vroege dienst en moet om 6 uur beginnen. Dit betekent snel douchen en door naar je gewone werk, want je baas verwacht wel van je dat je op tijd bent. Let wel: dit is geen klaagzang, we hebben er zelf voor gekozen, maar niet omdat het veel geld oplevert. Want ga maar na: van die bruto 23 euro voor een uitrukuur hou je netto ongeveer 15 euro over. Voor zo'n gevalletje 'koe in de grup' midden in de nacht krijg je dus uiteindelijk ongeveer 30 euro. En in sommige gevallen zelfs dat niet eens: stel dat een manschap bij zijn reguliere baas bruto 25 euro per uur verdiend, (wat niet ondenkbaar is) en hij moet tijdens zijn werk weg en daarvoor gewoon vrije uren inleveren, moet hij zelfs geld bijleggen.
Brandweermensen hoeven geen geuzennaam. Wij zijn misschien fiscaal gezien geen vrijwilligers, maar doen dit werk wel uit maatschappelijke betrokkenheid en niet om het geld dat het oplevert. Kortom; al met al is het maar een vreemd en warrig verhaal van mijnheer van Duin. Er is veel wat niet klopt en het is soms onduidelijk wat hij bedoeld te zeggen. Wat mij hieraan stoort is de negatieve beeldvorming. Dit valt mij zeker van een lector crisisbeheersing tegen. Ik heb het idee dat hij dit hele verhaal laat op de avond onder het genot van een goed glas wijn geschreven en verzonden heeft, en het zou mij niet verbazen als hij de andere dag zelf ook geschrokken is van het resultaat.
zaterdag 7 mei 2011
brandweer in spagaat
Er zijn ongeveer 22.000 vrijwillige brandweermensen in Nederland. Mensen die bereid zijn bij nacht en ontij uit hun bed te komen en op pad te gaan om de veiligheid van hun omgeving te waarborgen. Ik ben daar één van. En zonder sentimenteel te worden: ik ben daar trots op. Ook bij mij begon het met belangstelling voor het onverwachte, het spannende, daarbij kwam natuurlijk de fascinatie voor het vuur en het potentiële gevaar, maar het is uitgegroeid tot een passie voor het vak. Voor dat u afhaakt: Dit wordt geen jaren-zeventig-spruitjesgevoel-verhaal van hoe goed het vroeger was en dat het allemaal zo moet blijven. Netjuist niet. De brandweer (en daarbij ook de vrijwilligers) moet met de tijd mee. Want, zoals ik iemand hoorde zeggen: 'Het stenen tijdperk ging niet over omdat er geen stenen meer waren maar er kwam iets nieuws.' Wat vrijwillige brandweermensen uniek maakt is dat het geen beroep is wat we uitoefenen, maar een passie. Daarbij wil ik nadrukkelijk stellen dat het woord "hobby" niet de lading dekt. Het is een passie voor het vak en de sociale betrokkenheid bij je directe omgeving. Er is de afgelopen jaren veel veranderd. De eisen die gesteld worden aan vrijwilligers zijn hoger dan vroeger. Opleidingen en trainingen zijn zwaarder geworden. Dat is ook nodig. Met passie alleen kun je dit vak niet uitoefenen. Vrijwillige brandweermensen moeten het vak in ieder geval net zo goed beheersen als de mensen die er hun beroep van hebben gemaakt en omgekeerd.
Zodra er bij de brandweer bezuinigd of gereorganiseerd moet worden ontstaat er, vooral bij de vrijwilligers, beroering. Waarom? Het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR), tot nu toe bijna de enige en in ieder geval de grootste raadgever van de verantwoordelijke minister, bestaat alleen maar uit bestuurders zoals regiocommandanten. Dit zijn op en top managers, maar moderne management modellen wijzen bijna altijd in de richting van schaalvergroting en reorganisatie. Dat wil zeggen samenvoegen van inspanningen zoals bijvoorbeeld centraal inkopen en uiteindelijk ook samenvoegen van brandweerposten. Geen wonder dus dat minister Opstelten ook keuzes maakt in die richting. Een voorbeeld hiervan is de regionalisering. De minister heeft aangegeven dat de regionalisering door gaat, hoe dan ook. Maar regionalisering betekend ook dat alles geregeld gaat worden door bestuurders vanuit de regio. Die zelfde bestuurders die ook de minister van advies hebben voorzien. De regio die over niet al te lange tijd ook nog samengevoegd gaat worden met andere regio's. Dat betekent: geen enkele lokale binding meer zoals een burgemeester en een plaatselijke wethouder dat heeft. Wat je ook probeert vast te leggen voor de burgers en vrijwilligers in die zin, die binding gaat onherroepelijk verdwijnen. Als je als burger of vrijwilliger vragen of wensen hebt, kun je niet meer bij jou burgemeester of jou wethouder terecht maar alleen maar bij een regiobestuurder, een manager, die niet politiek gebonden is en niets heeft met locale gebondenheid. Dus voor de burger is er, ook politiek gezien, geen enkele invloed meer mogelijk. En dat is nou net de enige mogelijkheid die de burger, en daarmee ook de vrijwilliger, heeft. Daar maken vrijwilligers zich zorgen om. Want laten we duidelijk zijn: die burger dat is die vrijwilliger en die vrijwilliger dat is die burger. De kans is dus groot dat het enthousiasme om brandweervrijwilliger te worden in de toekomst geheel gaat verdwijnen.
Moderne onderzoeken over crisismanagement en fysieke veiligheid geven aan dat net juist die locale binding en zelfredzaamheid belangrijk is. Voorbeeld daarvan: de visie van Ira Helsloot, hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid is: de burger kan niet alles van de overheid verwachten. Burgers moeten meer zelfredzaam zijn en vanuit de buurt veiligheid organiseren. Hij heeft het over 'community response' en 'Community Response Teams', teams die vanuit de buurt georganiseerd zijn en optreden, zoals in Amerika de Comunnity Emergency Response Teams. CERT. De vrijwillige brandweer is van oudsher ook georganiseerd vanuit locale betrokkenheid en zelfredzaamheid en past daarom naadloos in deze visie. Het is alleen jammer dat de stem van de vrijwilligers niet of nauwelijks is gehoord door de verantwoordelijke ministers de laatste jaren. De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, (VBV), opgericht in 2006, heeft zich vanaf de oprichting tot nu veel bezig moeten houden met reactief vechten voor bestaansrecht en het opbouwen van dossiers over alles wat er mis ging. Dat is jammer. Die energie had beter gestoken kunnen worden in proactief meedenken over de toekomstige ontwikkelingen.
Dit is dus de spagaat waarin de brandweer zit. Aan de ene kant het strakke moderne management, aan de andere kant de sociale en locale binding die belangrijk is. Het is te hopen dat minister Opstelten deze spagaat ook ziet. De minister heeft aangegeven dat hij de brandweervrijwilligers van zeer groot belang vind en dat de VBV voor hem een belangrijke gesprekspartner is. De NVBR krijgt voor haar werk van van elke gemeente via de regio's een zogenaamde inwonerbijdrage. (Bedrag per hoofd van de bevolking). Het werk wat de VBV doet wordt op dit moment vrijwel geheel bekostigd door een aantal betalende leden. De vrijwilligers zelf dus, die al naast hun reguliere werk bij nacht en ontij klaar staan voor de samenleving. Ik vrees dat de VBV pas uit die reactieve fase zal komen als ze een serieuze en gelijkwaardige adviseur van de minister is en gelijkwaardige middelen beschikbaar heeft. De VBV wil vast graag actief meedenken over bijvoorbeeld regionalisering, locale binding, innovatie, voertuigbezetting, werving van nieuwe vrijwilligers, en vrijwilligers die door allerlei reorganisatie- en ombuigacties tussen de wal en het schip dreigen te raken helpen en begeleiden. Ik noem maar een paar voorbeelden. De ideeën daarvoor en ook het enthousiasme en de passie die de vrijwilligers kenmerkt zijn er wel. Het is aan minister Opstelten om de juiste beslissingen voor de toekomst te nemen en de middelen om tot de juiste beslisingen te komen beschikbaar te stellen zodat de regionalisering ook voor de vrijwilligers goed uitpakt.
Zodra er bij de brandweer bezuinigd of gereorganiseerd moet worden ontstaat er, vooral bij de vrijwilligers, beroering. Waarom? Het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR), tot nu toe bijna de enige en in ieder geval de grootste raadgever van de verantwoordelijke minister, bestaat alleen maar uit bestuurders zoals regiocommandanten. Dit zijn op en top managers, maar moderne management modellen wijzen bijna altijd in de richting van schaalvergroting en reorganisatie. Dat wil zeggen samenvoegen van inspanningen zoals bijvoorbeeld centraal inkopen en uiteindelijk ook samenvoegen van brandweerposten. Geen wonder dus dat minister Opstelten ook keuzes maakt in die richting. Een voorbeeld hiervan is de regionalisering. De minister heeft aangegeven dat de regionalisering door gaat, hoe dan ook. Maar regionalisering betekend ook dat alles geregeld gaat worden door bestuurders vanuit de regio. Die zelfde bestuurders die ook de minister van advies hebben voorzien. De regio die over niet al te lange tijd ook nog samengevoegd gaat worden met andere regio's. Dat betekent: geen enkele lokale binding meer zoals een burgemeester en een plaatselijke wethouder dat heeft. Wat je ook probeert vast te leggen voor de burgers en vrijwilligers in die zin, die binding gaat onherroepelijk verdwijnen. Als je als burger of vrijwilliger vragen of wensen hebt, kun je niet meer bij jou burgemeester of jou wethouder terecht maar alleen maar bij een regiobestuurder, een manager, die niet politiek gebonden is en niets heeft met locale gebondenheid. Dus voor de burger is er, ook politiek gezien, geen enkele invloed meer mogelijk. En dat is nou net de enige mogelijkheid die de burger, en daarmee ook de vrijwilliger, heeft. Daar maken vrijwilligers zich zorgen om. Want laten we duidelijk zijn: die burger dat is die vrijwilliger en die vrijwilliger dat is die burger. De kans is dus groot dat het enthousiasme om brandweervrijwilliger te worden in de toekomst geheel gaat verdwijnen.
Moderne onderzoeken over crisismanagement en fysieke veiligheid geven aan dat net juist die locale binding en zelfredzaamheid belangrijk is. Voorbeeld daarvan: de visie van Ira Helsloot, hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid is: de burger kan niet alles van de overheid verwachten. Burgers moeten meer zelfredzaam zijn en vanuit de buurt veiligheid organiseren. Hij heeft het over 'community response' en 'Community Response Teams', teams die vanuit de buurt georganiseerd zijn en optreden, zoals in Amerika de Comunnity Emergency Response Teams. CERT. De vrijwillige brandweer is van oudsher ook georganiseerd vanuit locale betrokkenheid en zelfredzaamheid en past daarom naadloos in deze visie. Het is alleen jammer dat de stem van de vrijwilligers niet of nauwelijks is gehoord door de verantwoordelijke ministers de laatste jaren. De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, (VBV), opgericht in 2006, heeft zich vanaf de oprichting tot nu veel bezig moeten houden met reactief vechten voor bestaansrecht en het opbouwen van dossiers over alles wat er mis ging. Dat is jammer. Die energie had beter gestoken kunnen worden in proactief meedenken over de toekomstige ontwikkelingen.
Dit is dus de spagaat waarin de brandweer zit. Aan de ene kant het strakke moderne management, aan de andere kant de sociale en locale binding die belangrijk is. Het is te hopen dat minister Opstelten deze spagaat ook ziet. De minister heeft aangegeven dat hij de brandweervrijwilligers van zeer groot belang vind en dat de VBV voor hem een belangrijke gesprekspartner is. De NVBR krijgt voor haar werk van van elke gemeente via de regio's een zogenaamde inwonerbijdrage. (Bedrag per hoofd van de bevolking). Het werk wat de VBV doet wordt op dit moment vrijwel geheel bekostigd door een aantal betalende leden. De vrijwilligers zelf dus, die al naast hun reguliere werk bij nacht en ontij klaar staan voor de samenleving. Ik vrees dat de VBV pas uit die reactieve fase zal komen als ze een serieuze en gelijkwaardige adviseur van de minister is en gelijkwaardige middelen beschikbaar heeft. De VBV wil vast graag actief meedenken over bijvoorbeeld regionalisering, locale binding, innovatie, voertuigbezetting, werving van nieuwe vrijwilligers, en vrijwilligers die door allerlei reorganisatie- en ombuigacties tussen de wal en het schip dreigen te raken helpen en begeleiden. Ik noem maar een paar voorbeelden. De ideeën daarvoor en ook het enthousiasme en de passie die de vrijwilligers kenmerkt zijn er wel. Het is aan minister Opstelten om de juiste beslissingen voor de toekomst te nemen en de middelen om tot de juiste beslisingen te komen beschikbaar te stellen zodat de regionalisering ook voor de vrijwilligers goed uitpakt.
maandag 4 april 2011
Slagkracht
Ik was net thuis van een vergadering in Leusden toen mijn pieper ging. Omdat ik eigenlijk geen dienst had moest het wel iets bijzonders zijn. "prio 1 brand bijgebouw, adres adres adres.... (soort bijgebouw: schuur met vee),(Opsch.Brw: grote brand.) alle blusgroepen". stond er op mijn pieper. Voor een buitenstaander misschien onbegrijpelijke taal maar voor een brandweerman een soort cryptische omschrijving voor: Gewoon een grote fik. Op de kazerne aangekomen werd duidelijk dat de post Bergentheim (6 km vanaf het object) al was uitgerukt. Er werd besloten om de tankautospuit 2330 de tankautospuit 2340 met de slangenwagen en de tankwagen 2350 mee te nemen. (onze post ligt op ongeveer 11 km van het object.) Collega Eddy en ik bemanden de tankwagen. Toen we bijna ter plaatse waren zochten we contact met de eerste bevelvoerder met de vraag of hij al wist hoe hij de tankwagen in wilde zetten. De eerste bevelvoerder had samen met de OVD een voor ons onverwachte beslissing genomen. Vaak wordt de tankwagen in het buitengebied ingezet als watervoorraad maar deze keer niet. "als jullie bij het object zijn, doorrijden rechts langs de boerderij naar de brand, daar worden jullie opgevangen".
De schuur bestond uit een stal met aan het eind een open gedeelte vol stro. Dat stro stond in lichter laaie en het vuur dreigde over te slaan naar de schuur waarin koeien stonden. We werden met de tankwagen ingezet tussen het open gedeelte en de stal om de taak van de eerste tankautospuit over te nemen: overslag voorkomen. 15.000 liter water om een bres te slaan tussen het vuur en de koeien. Met zo'n 10.000 liter water wisten we het vuur vlak naast de stal zodanig in te dammen dat het gevaar van overslag was geweken. Met de rest konden we de twee tankautospuiten voeden tot de waterwinning opgebouwd was.
Tijdens het nablussen moet ik ineens denken aan alle bezuinigingsperikelen die er in het land gaande zijn. Stel dat hier eerst een S.I.V. op af gegaan was. Die had niet anders kunnen doen dan constateren dat ze niets konden uitrichten zonder voldoende slagkracht. Of stel dat de post Bergentheim wegens bezuinigingen opgedoekt was. De kans was groot geweest dat we dan te laat geweest waren en dan was de hele stal verloren gegaan inclusief koeien. En misschien zelfs de boerderij. De slagkracht in de eerste minuten was cruciaal, zoals vaak in buitengebieden.
Laten we eens een simpel rekensommetje maken. De herbouwwaarde van zo'n stal is toch al gauw € 1000.000 terwijl de schade nu misschien € 100.000 is. Hebben we voor de verzekering toch snel € 900.000 verdiend. Stel de uurprijs van één TAS inclusief bemanning is € 800,-, een TW € 500.- en een OVD €300.- Tel daarbij nog € 100 per uur voor de slangenwagen. We zijn 3 uur bezig geweest. In totaal is dat € 9900.- Laten we het geheel, inclusief het gebruikte water, mooi afronden op een bedrag van, zeg maar, € 10.000.- Dat is iets meer dan 1% van het bedrag wat we voor de verzekering verdiend hebben.
De verantwoordelijkheid wat betreft de veiligheid moet beslist bij de overheid blijven, maar is het een gek idee om een deal te sluiten? Het redden van mens en dier op kosten van de overheid en het beperken van de schade op kosten van de verzekering? Stel dat de verzekering 2% van de besparing die wij voor hen realiseren aan de brandweer uitbetaald. Maar dan gaan de verzekeringspremies omhoog zult u zeggen. Ja misschien. Maar laat dat dan eens een 0.5 % zijn. Kunnen we misschien wel die gevaarlijke bezuinigingsplannen overboord zetten.
![]() |
| foto: Marcel van Saltbommel |
Abonneren op:
Berichten (Atom)

