dinsdag 12 juli 2016

Vrijwilliger 2.0

Opeens weten we het. Opeens weten we wat de oorzaak is van de steeds verslechterende brandweerzorg in Nederland. Het zijn de vrijwilligers! Het wordt nu duidelijk. In Rotterdam-Rijnmond, in Kennemerland, noem maar op.

Arjen Littooij van de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond voorspeld dat het einde van de brandweervrijwilliger in zicht is. De fatale brand in Hellevoetsluis in mei is de aanleiding voor deze uitspraken. Door slordigheden en misverstanden bij de vrijwilligers begon het bluswerk te laat. De vrijwilliger heeft het gedaan.

Na jarenlang de brandweerzorg in de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond te hebben gereduceerd door bezuinigen, reorganiseren, regionaliseren, op eigen houtje rommelen met voertuigbezettingen onder het mom van innovatie en daarmee jarenlang de vrijwilliger te hebben gedemotiveerd, legt Arjen Littooij nu de verantwoordelijkheid bij die zelfde vrijwilligers en voorspeld dat voor het instituut vrijwilliger het einde in zicht is. Het bluswerk begon bij de fatale brand in Hellevoetsluis te laat. Hij zet hiermee de schijnwerper vol op de vrijwilligers. De vrijwilliger heeft het gedaan. Flink uit halen naar iemand anders en zo de aandacht af leiden van de zelf veroorzaakte problemen. Oplossingen heeft hij ook al. "In de toekomst werken we alleen maar meer met parttime brandweermensen in plaats van vrijwilligers". Dat dat niet overal gaat werken deert hem schijnbaar niet. Hij praat alleen voor zijn eigen regio. Ook oude "innovaties" (die ooit al een zachte dood waren gestorven) komen weer uit de kast en worden met onwaarheden weer op de kaart gezet. "In Amerika doen ze het ook". Dat in Amerika de brandweerorganisatie compleet anders in elkaar zit en de "Brambulance" in de verste verte niet lijkt op de Amerikaanse manier van werken weet hij schijnbaar niet.

In Kennemerland schaft brandweercommandant Frans Schippers de piketvergoedingen voor de vrijwilligers af. Vervolgens is hij verbaasd over de reacties van de vrijwilligers en verwijt hij de vrijwilligers dat zij de veiligheid van de burgers in gevaar brengen.

Hoe en waarom het besluit om de piketvergoedingen voor vrijwilligers in Kennemerland af te schaffen ook tot stand gekomen is, het management van Kennemerland verandert eenzijdig de spelregels en verwijt daarna de vrijwilligers dat zij te heftig reageren. "Ik begrijp dat de maatregelen van het afschaffen van piket niet motiverend is, maar een dergelijke reactie vind ik buitensporig" aldus Frans Schippers. Hij doet er vervolgens nog een schepje bovenop: "Ik kan deze reactie ook niet goed rijmen met de drijfveren van vrijwilligers om burgers te willen helpen en daarom bij de brandweer zijn gekomen. Je laat de burgers toch niet in de steek?" Ook hier: na jarenlang de brandweerzorg te hebben gereduceerd door bezuinigen, reorganiseren, regionaliseren, op eigen houtje rommelen met voertuigbezettingen onder het mom van innovatie en daarmee jarenlang de vrijwilliger te hebben gedemotiveerd, steekt hij dus niet de hand in eigen boezem maar speelt hij gemeen in op het sentiment, de drijfveren van de vrijwilliger, en verwijt hij de vrijwilligers dat die de burgers in de steek laten. Een behoorlijk laag bij de gronds verwijt dat je niet verwacht van een man als Frans Schippers. Ook hier: Niet hij maar de vrijwilligers hebben het gedaan.

Is het toeval? Of wordt het een tendens dat managers afgeven op de vrijwilligers? Wanneer gaan werkvloer en management eens echt met elkaar in gesprek? En naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen? Proberen samen een oplossing te vinden? En dan niet per regio maar op landelijk niveau?
Handvatten zijn er wel. De visie op vrijwilligheid ligt al jaren bij Brandweer Nederland en de VBV op de plank. Ook is er een bijbehorend TNO rapport: “Vrijwilligers bij de brandweer: bouwstenen voor visieontwikkeling” Prachtige documenten om een nieuw soort vrijwilligerschap te ontwikkelen. Vrijwilliger 2.0? We kunnen zo beginnen.
 

zondag 28 februari 2016

Heldendaad of roekeloosheid

Het is al weer wat jaren gelden dat mijn pieper ging voor een brand op een van de vele campings hier in de buurt. Het betrof dit keer een stacaravan en toen we ter plaatse kwamen konden we niet veel meer doen dan de omgeving goed nat houden om te voorkomen dat de vlammen over zouden slaan naar naastgelegen caravans. De caravan in kwestie brandde als een fakkel. Ergens binnen ontplofte iets. Vermoedelijk een gasflesje. Een stuk metaal vloog naar buiten en sloeg een deuk in een in de buurt staande auto. We begonnen met één straal hoge druk en zetten daarna twee stralen lage druk in om het van de hoge druk straal over te nemen.

Plotseling zag ik de koppen van 2 gasflessen half in het vuur onder de caravan uit steken. Niet van die kleintjes, nee 50 liter exemplaren van ruim anderhalve meter lang en met een totaalgewicht van zo'n 65 kilo. Ik keek de bevelvoerder aan die naast mij stond. Hij keek mij aan. Aan zijn ogen zag ik dat hij het zelfde gezien had. Ik zei: "wat doen we?" Zijn antwoord was kort: "Pakken, nu!" We sloten onze nekflappen om de hals, trokken onze handschoenen strak en deden het vizier van de helm dicht. We renden gebukt naar de caravan. Het was heet. Met ons hoofd zo goed mogelijk naar beneden om ons tegen de hitte te beschermen, grepen we de flessen. We sleurden ze naar achteren, weg van de caravan. Ook de flessen waren heet. Dat voelde ik door mijn handschoenen heen en kon ik zien aan de stoom die er af kwam toen een collega er een straal water op zette. Toen de flessen ver genoeg van de caravan af waren pakte ik de hoge druk straal die er nog lag en koelde de flessen verder af. Tegen de bevelvoerder zei ik: "Yes... in de knip!" Niemand sprak ons er op aan. Niet in positieve, niet in negatieve zin. Pers was er niet bij, het fenomeen sociale media bestond nog niet.

Ik heb er later nog wel eens aan terug gedacht. Het had wel een soort kick gegeven. Maar hadden we de juiste keuze gemaakt? Hadden we onze collega's en de omstanders voor een ramp behoed? Hadden we een heldendaad verricht? Of was het een roekeloze "cowboyactie" geweest? Wat was er gebeurt als we de flessen gewoon hadden laten liggen? We zullen het nooit weten. Op het moment van handelen voelde het in ieder geval als de juiste beslissing.

Ik moest hier weer aan denken toen ik op de sociale media het bericht over een succesvolle solo-inzet van een SIV2 (een brandweerauto met een 2 persoons bezetting) in Huizen las. In een filmpje op Youtube is te zien dat een bemanning van een SIV2 zonder back-up een binnenaanval uitvoert op een woningbrand. Hoe het precieze verloop is, is niet helemaal te zien omdat er behoorlijk in het filmpje is geknipt. Het lijkt er in ieder geval op dat de binnenaanval succesvol is. Dat zal ook best want de mensen die dit doen verstaan natuurlijk hun vak. Het is in ieder geval duidelijk dat men de brand onder controle heeft voor dat er back-up in de vorm van een TS ter plaatse is. Op Twitter gaat het helemaal los. Er wordt gesteld dat dit filmpje aantoont dat inzet van een SIV2 het verschil maakt. Welk verschil wordt mij niet helemaal duidelijk, maar de toon is gezet. Er melden zich voorstanders van deze inzetmethode en ze zijn allemaal lovend over de gevoerde actie. Zelfs commandanten mengen zich in het feestgedruis alsof dit ene filmpje het gelijk van Gooi en Vechtstreek en het belang van de SIV2 aantoont. Het wordt zo erg dat mensen die een kritische noot plaatsen door sommigen weggezet worden als negatieve roeptoeteraars...

Even een aantal feiten op een rij:
  • Er is nergens een gedegen onderzoek te vinden dat aantoont dat de inzet van een SIV2 als zelfstandig opererend voertuig iets toevoegt aan de veiligheid van de burgers.
  • In het landelijk kader uitruk op maat is het uitgangspunt dat bij een maatgevend incident (binnenbrand woning) als minimale slagkracht een basis brandweereenheid TS6 wordt gealarmeerd, zoals bedoeld in het Besluit Veiligheidsregio’s artikel 3.1. "Maatwerk in de uitruk betreft alleen kleinere incidenten en de modulaire samenstelling van de eerste TS6 op of nabij de plaats incident." Aldus de letterlijke tekst.
  •  Een brandweerduiker gaat niet te water als er geen back-up duiker op de kant klaar staat.
  •  Een brandweerman gaat niet een dak op als hij niet aangelijnd is.
Als een duiker niet het water in gaat zonder back-up, een brandweerman niet het dak op gaat zonder dat hij aangelijnd is, waarom zou een brandweerman dan bij (uitslaande) woningbrand wel zonder back-up naar binnen gaan?
Een zeer gewaardeerd collega verwoordde het zo, ik citeer: "Een brand is vergelijkbaar met een tijger in het circus: hoe goed de dompteur het dier ook denkt te kennen, en hem misschien als jong dier zelf heeft opgevoed: het blijft een tijger en als je een seconde niet oplet ben je aan de beurt!! De dompteurs die zeker opgevreten worden door hun eigen tijgers zijn diegenen die denken dat het allemaal wel meevalt, en voor de “goede” dompteurs: succes en een lang leven zijn niet bij voorbaat verzekerd". Het gaat dus om risicobesef, en vooral om het kunnen nemen van rationele beslissingen onder moeilijke omstandigheden.
    Ik zou willen vragen aan de mensen van die SIV2, maar ook aan de bejubelaars van deze actie: Waarom zou je dit doen? Waarom voer je zo'n actie uit? Wat is het nut? Wat is er mee te winnen? Wat was de overweging om niet even te wachten op back-up? Speelde op dat moment het gevoel van 'die pakken we wel even', ook mee als je diep in je hart kijkt?, En die kick die het geeft? Met dat laatste is overigens op zich niets mis, dat heeft elke brandweerman. Die kick moet een brandweerman volgens mij ook hebben om een goede brandweerman te zijn. Ik las dat sommige brandweermensen die dienst deden op een SIV2, zich meer brandweerman voelen. Dat geloof ik direct. Dat is de kick die je voelt. En nogmaals op zich is daar niets mis mee. Maar als je mensen met een SIV2 op pad stuurt zonder directe back-up, stel je ze juist door die kick mogelijk voor onmogelijke keuzes. Bijvoorbeeld als er nog slachtoffers binnen zijn en de gevaarsetting groter is, en er ook nog de druk van omstanders is. De grote vraag is of een brandweerman ten allen tijde in zulk soort situaties een rationele beslissing kan nemen. Volgens mij kan dat niet. Een brandweerman is al bereid meer risico's te nemen dan een 'gewone'burger. Dat heeft niets te maken met wel of niet je vak verstaan. Dus mag het management zijn brandweermensen niet voor zulke keuzes stellen.  Daarom zou volgens mij altijd het principe 'two man in, two man out' toegepast moeten worden. Gewoon als algemene regel. Gewoon omdat een brandweerman ook niet onaangelijnd het dak op gaat. De lef en de kick die een brandweerman heeft kan onder bepaalde omstandigheden uitmonden in heldhaftigheid, maar soms ook in (onbedoelde) roekeloosheid. De verantwoordelijkheid ligt bij het management.

    woensdag 2 december 2015

    De manager en de rode kroonjuwelen


    Surfend over het internet kwam ik terecht op de website van Advante, een adviesbureau voor organisatie, management en opleiding. Mijn mond viel open van verbazing bij het lezen van het artikel: 'Brandweer Gooi en Vechtstreek scherpt planning &controlcyclus aan'. Het stuk gaat over het komen tot realistische jaarplannen bij de regio Gooi en Vechtstreek. De regionaal commandant en de waarnemend commandant/directeur middelen vertellen trots hun eigen schande: "In een gemiddeld jaarplan konden zomaar 100 projecten staan. Maar als je vroeg wie er opdracht voor een project had gegeven, was het antwoord soms: Niemand, maar ik vond het leuk om te doen". Ze huren een adviesbureau in om het probleem op te lossen. Dat adviesbureau gaat aan het werk en komt met een nieuwe werkwijze.

    De regiocommandant verteld vervolgens: "Wij geven daarbij veel aandacht aan leiderschap. De leidinggevende maakt een plan en is daar integraal voor verantwoordelijk. Wij kunnen daarna iets vinden van de gemaakte keuzes, maar het is het plan van de leidinggevenden. Een leidinggevende is geen goede brandweerman, maar een goede manager".

    Dus de hoogst leidinggevenden lieten het zich overkomen dat mensen in een organisatie die moet zorgen voor de veiligheid van de burgers, met gemeenschapsgeld nota bene, projecten deden, "omdat het wel leuk was om te doen", en huren vervolgens, omdat ze schijnbaar zelf niet bij machte waren om daar verandering in te brengen, een, neem van mij aan, peperduur adviesbureau in om het probleem op te lossen. Op z'n zachtst gezegd vreemd. Ook vreemd is de aanpak die het projectbureau biedt.
    Die aanpak is puur vanuit commercieel oogpunt. Daarbij maakt het niet uit of een leidinggevende verstand van heeft van het onderwerp, als hij het maar verkoopt. Als een derderangs koekjes fabrikant; het maakt niet uit hoe goed de kwaliteit van de koekjes is, het gaat er om hoeveel we er verkopen.


    Maar een brandweerorganisatie is geen koekjesfabriek. Een brandweerorganisatie hoort de focus te leggen op hoe de beste brandweerzorg geleverd kan worden op de meest veilige manier voor de brandweermensen, en vervolgens te kijken hoe dat zo efficiënt en goedkoop mogelijk kan. Dat is de primaire taak. Daarom hoort een manager bij de brandweer allereerst een verdomd goeie brandweerman te zijn. Om de beste brandweerzorg op de meest efficiënte manier te leveren moet hij wel degelijk heel veel verstand van de brandweer te hebben. Omdat de focus ligt bij het product en niet bij de "verkoopcijfers". Verbazingwekkend dat een adviesbureau wordt ingehuurd dat zomaar domweg een profit-concept klakkeloos in een non-profit organisatie toepast.


    Dit alles staat in schril contrast met de lectorale rede van Ricardo Weewer: De rode kroonjuwelen. Waar de stelling is: "Onderzoek en kennisontwikkeling zijn noodzakelijk om het brandweervak verder te ontwikkelen en de samenleving en de veiligheid van brandweermensen zo goed mogelijk te dienen. De verbinding tussen wetenschap en praktijk is hierbij cruciaal". Voortbordurend op deze rede is het onbestaanbaar dat een leidinggevende bij de brandweer zelf geen goede brandweerman is.


    Ik hoop toch echt dat de managers bij de brandweer de rede van Ricardo Weewer lezen voordat ze een commercieel bedrijf in de arm nemen om interne problemen op te lossen. Per slot van rekening zijn die managers de eerste verantwoordelijken
    om de primaire taak van de brandweer uit te voeren en "de samenleving en de veiligheid van brandweermensen zo goed mogelijk te dienen".

    zondag 8 maart 2015

    sociale media deel 2


    Ik had net mijn vorige blog geschreven die ging over sociale media toen ik ’s avonds laat na een visite, voor het naar bed gaan nog gauw even op twitter keek of er nog iets nieuws was. Mijn oog viel op een melding van een grote brand in Wormerveer. En een tweet van de leider CPOI die avond. De tekst: Grote brand #Wormerveer Rosbayerweg. Optreden als leider COPI @VrZW met burgemeester @GemZaanstad @TheoWeterings. Met daar onder een soort selfie van de leider COPI met de burgemeester. Tijd van plaatsen: 23:23. Na even zoeken vond ik nog een tijdstip: 23:45. Het tijdstip dat het sein ‘brand meester’ werd gegeven. De tweet van de leider COPI werd maar liefst 17 keer geretweet. En niet door de minsten: De regio directeur, een wethouder, een communicatiemedewerker,een senior communicatieadviseur, een programmamanager, een bestuursvoorlichter enz. enz. Niemand die dacht: Is dit een selfie tijdens een incident? Niemand die zich afvroeg: Kan dit eigenlijk wel? Zou je dit wel moeten doen?

    Het deed me denken aan een foto van een blusgroep uit Drenthe een paar jaar geleden. Tijdens een woningbrand was er een gaslek ontstaan. Het sein “brand meester” was al gegeven, Het blussen was klaar, en het vuur was gedoofd. Op een brandende gasleiding na. Het wachten was op een monteur van het energiebedrijf om de gasleiding af te sluiten. De blusgroep liet zich in de tussentijd  vereeuwigen door een plaatselijke fotograaf voor het pand met de brandende gasleiding. Het begrip “selfie” bestond toen nog niet echt maar het principe en het doel was duidelijk: “kijk ons eens”. Ze haalden er de landelijke pers mee. En zelfs de buitenlandse. Iedereen sprak er schande van. De commandant gaf de groep een fikse uitbrander. Zijn woorden in de pers: “ik spreek vanavond een hartig woordje met mijn mensen. Dit gebeurt nooit weer!”


    Ik vraag me af wat het verschil is tussen de foto van de blusgroep en die van de COPI-leider. De bedoeling van de beide foto’s is het zelfde. Een blusgroep vind het stoer om met een ‘mooie fik’ op de foto te gaan en een leider COPI vind een selfie met een burgemeester wel stoer. Maar beide foto’s tonen alleen het eigen belang tijdens een incident. Ze hebben beide geen enkele nieuwswaarde. Beide foto’s tonen het poseren voor een andermans ellende. Beide foto’s gaan voorbij aan de belangen en vooral de gevoelens van de eventueel gedupeerden. Daarom zijn beide foto’s eigenlijk “not done”. Maar: waarom krijgt de blusgroep een uitbrander en wordt een leider COPI 17 keer geretweet? Ik ben niet zo van de regeltjes, ik geloof ook niet dat je hier per se afspraken over vast moet leggen, maar ik vind wel dat als de één een uitbrander krijgt, de ander toch op zijn minst zelf goed na moet denken, voor hij zo’n tweet plaatst.

    woensdag 4 februari 2015

    sociale media

    Op de valreep van 2014 voltrok zich een drama in De Krim aan de rand onze veiligheidsregio. Een dertig jarige moeder met een kindje van anderhalf jaar kwam met haar auto in een slip en raakte te water. Het was nog maar nauwelijks gebeurd of het gonsde al op internet over wat er bij de hulpdiensten fout was gegaan. Brandweerpost De Krim, die op hooguit 100 meter van het incident zit, was niet als eerste gealarmeerd. Daardoor duurde het een paar minuten langer voor er een eerste eenheid ter plaatse was. Op Twitter sprak men er schande van, op de fora rolden fotografen, EHBO'ers, dierenambulancemedewerkers en andere zelfbenoemde specialisten over elkaar heen om uit  te kristalliseren wat er nou precies fout was gegaan, en bij RTV Drenthe moest de commandant uitleggen dat een relatie tussen dit feit en het overlijden van een van de slachtoffers toch echt te kort door de bocht was.

    Het eerste waar ik aan moest denken was een incident waar ik jaren geleden bij betrokken was. Iemand raakte door gladheid te water, en wij waren er als eerste eenheid snel bij. Maar we konden het slachtoffer niet redden omdat we niet de reddende eenheid waren en dus de juiste middelen niet hadden. Hoe frustrerend is het dat je er bij bent en je het verschil niet kunt maken. Je weet natuurlijk nooit wanneer je het verschil kunt maken, maar op zo'n moment komt de gedachte bij je op dat je er dan ook maar beter niet zo snel bij kunt zijn.

    Omdat operationele voorbereiding en specifiek informatievoorziening ons vak is, keken we in Zwolle zijdelings mee met de alarmering en de berichtgeving rondom het incident. Dat er met de plaatsbepaling iets niet helemaal goed ging was snel duidelijk. Maar ook was snel duidelijk dat de duikeenheden wel direct onderweg waren en dat de post Slagharen de voorbereidende werkzaamheden prima voor de komst van de duikers kon uitvoeren. Doordat de melding niet helemaal duidelijk was volgde de centralist een afgesproken procedure en werd een soort "voorlopige" eindbestemming bepaald. Deze eindbestemming werd gaandeweg het aanrijden van de eenheden gecorrigeerd waardoor een fractie later alsnog De Krim werd gealarmeerd en de reddende eenheden (duikers) de juiste eindbestemming door kregen.

    Doordat de sociale media vaak sneller zijn dan de hulpverleners, verschijnen soms al tijdens het incident berichten en foto's op Twitter zonder de juiste context. Hierdoor komen hulpverleners onder een vergrootglas te liggen. Jammer genoeg worden dan vaak voorbarige en onjuiste conclusies getrokken. En worden alleen de negatieve dingen benoemd. Daardoor veranderen sociale media soms in a-sociale media. Hoe verleidelijk is het niet om je als hulpverlener in zo'n discussie te mengen!

    Een procedure, hoe goed doordacht, hoe uitvoerig beschreven en hoe zorgvuldig uitgevoerd, geeft nooit 100 procent de garantie dat het beoogde resultaat bereikt wordt. Met andere woorden: het blijft altijd voor een deel mensenwerk. Maar mensenwerk geeft ook ruimte voor improvisatie om uiteindelijk toch tot het gewenste resultaat te komen. Dat is ook één van de mooie dingen van het vak. Hulde aan de centralisten die onder stressvolle omstandigheden en met onduidelijke meldingen toch uiteindelijk de juiste eenheden op de juiste plaats weten te krijgen. En hulde aan de hulpverleners die gedisciplineerd, discreet en zonder zich te roeren op de sociale media hun risicovolle werk doen.

    maandag 21 juli 2014

    Op maat

    Mijn vrouw en mijn dochter werken allebei in de zorg. Mijn zoon werkt als docent op een middelbare school. Als we het zo af en toe over ons werk hebben blijkt dat er een kreet is die bij ons alle vier bekend is. De kreet 'op maat'. Zo heb je: 'zorg op maat' en 'onderwijs op maat'. Ook bij de brandweer kennen we deze kreet. Niet als 'brandweer op maat' maar 'uitruk op maat'. 'Op maat' klinkt alsof het per definitie goed, kloppend, afgemeten juist is. Een soort maatpak voor de individuele vrager, de klant. Maar als je eenmaal ziet dat deze kreet overal gebruikt wordt, ga je toch denken dat er iets anders aan de hand is.

    'Op maat' is dan ook niets anders dan een loze reclamekreet. Een term uit de commerciële wereld. En van reclamekreten is bekend dat ze, op z'n zachts gezegd, niet in de eerste plaats bedoeld zijn om de waarheid te vertellen, ze zijn bedoeld om iets te verkopen. Een goede manier om je niet te laten miseiden door die reclamekreten is, de boodschap eens kritisch te bekijken en om te draaien. Dus als je bijvoorbeeld op de verpakking van een product de kreet 'nieuw' ziet staan, kijk dan eens wat er werkelijk nieuw is aan dat product. De kans is groot dat er niets anders nieuw aan te ontdekken is dan de verpakking zelf. En de kreet: 'Wij doen wat u beloofd' is niets meer dan een boodschap aan u om niet meer te beloven dan wat de brenger van de boodschap kan of wil leveren. 'Op maat' is ook zo'n kreet. 'Op maat' suggereert dat men precies gaat leveren wat de klant vraagt, maar als men anders dan voorheen nu ineens 'op maat' gaat leveren kan dat in werkelijkheid wel eens een dekmantel zijn om minder te leveren. Een pure bezuiniging misschien. Dat zou dus wel eens de werkelijke reden kunnen zijn waarom men de kreet 'uitruk op maat' gebruikt. Het is dan ook niet vreemd dat deze kreet opduikt op het moment dat de brandweer een bezuinigingstaakstelling heeft.

    Want, wanneer is dan een uitruk op maat? En voor wie is het dan op maat? En hoe bepaal je dat? Is met een SIV naar een OMS melding gaan, omdat dat toch vaak loos alarm is, uitruk op maat? Onzin natuurlijk. Dat is dan symptoombestrijding. Als dat zo is kun je beter iets aan die vele loze of onterechte OMS meldingen doen. Is het dan omdat je met een SIV of TAS4 sneller te plaatse bent? Ook een drogreden natuurlijk. Je bent weliswaar misschien sneller, maar met minder slagkracht. Aan welke maat voldoet het dan? Wat je dan alleen maar doet is de minister pleasen omdat het lijkt alsof je beter aan de wettelijke opkomsttijden voldoet. Is het dan voor de brandweermensen zelf op maat? Ook niet. Want als je op de werkvloer echt op de man af vraagt, hebben heel veel mensen hun bedenkingen. De meesten twijfelen aan de veiligheid als je met minder mensen bij een incident aan komt. En de brandweermensen die het wel accepteren zijn veelal bang hun baan of passie kwijt te raken als ze tegen zijn. En kun je bij een uitruk uberhaubt van te voren bepalen wanneer het 'op maat' is? Eigenlijk kan dat helemaal niet. Daar zijn talloze voorbeelden van. Zoals hier, waarbij de eerste melding 'brand wegvervoer' was. Zelfs voor een SIV een makkie. Maar je moet er toch niet aan denken dat je hier eerst met twee man aankomt en daarna moet opschalen. Vele kostbare minuten waren er dan verloren gegaan in plaats van gewonnen.

    Als we moeten bezuinigen Is het dan niet beter dat gewoon maar toe te geven? En gewoon te zeggen: het moet een beetje minder, wat kunnen we daar met z’n allen aan doen? Zou het niet al veel energie en dus geld besparen als we elkaar niet met loze reclamekreten probeerden te misleiden?

    maandag 24 februari 2014

    Regionaliseren

    ​Bijna 13 jaar lang kon ik, (en ging ik ook vaak), wandelend naar mijn werk. Met de brandweerkazerne op een ruime kilometer van mijn huis was een wandeling langs de Vecht elke morgen een prettig begin van de werkdag. Op mijn werk hield ik mij bezig met planvorming en operationele voorbereiding. Toen ik in Hardenberg bij de brandweer begon was er net een gemeentelijke herindeling geweest en was er daardoor een behoorlijke achterstand ontstaan wat betreft de informatie op de voertuigen. Ik had mijn eigen winkeltje. Ik bedoel daar mee: ik was de enige die zich daar mee bezig hield. Vanuit de gedachte dat informatievoorziening ooit compleet gedigitaliseerd zou worden had ik wel contact met collega's in Deventer waar men zich al bezig hield met navigatie in combinatie met informatievoorziening op de voertuigen. Ook zat ik een aantal jaren in de landelijke projectgroep digitale bereikbaarheidskaart van de toenmalige NVBR. En hoewel ik de laatste 2 jaar wel regelmatig in Zwolle was voor pilots en vergaderingen zat ik toch voor het grootste gedeelte in Hardenberg lekker diep in mijn eigen "comfort zone". De regio was ver weg, in Zwolle.

    En op eens was de regionalisering een feit. Opeens uit de comfort zone. Opeens niet meer mijn eigen winkeltje, maar in Zwolle, met vakbroeders op één afdeling. In een grote open ruimte. Niet meer mijn eigen bureautje maar een flexplek. Niet meer mijn eigen werkstationnetje maar Citrix. Opeens drie keer in de week met de auto. Drie keer per week 's morgens op tijd van huis om toch nog een beetje op tijd te kunnen beginnen. Op een morgen zat ik net op m'n werkplek en keek uit het raam. Ik kon die hele verandering in één beeld vangen: de wat kale flexplek, de stad, het verkeer, de grote ruimte.

    We zijn nu ongeveer zes weken op weg. Veel formeel maar nog veel meer informeel overleg. Er word zeg maar veel 'geluld'. Maar ik zie wat het woord synergie betekend. Visie's, meningen en ideeën worden direct gedeeld. Werken in het team levert meer op dan werken ieder voor zich. Zo zie je binnen de club ook de verschillende interesses en vaardigheden. De meeste taken worden haast als vanzelf verdeeld. Ideeën zijn er genoeg. Operationele voorbereiding. Het wordt een goed team.