vrijdag 29 oktober 2010

mans


Ik had me goed voorgenomen niet iets te schrijven over het rapport Mans. Ik had daar een goede reden voor: Toen ik het rapport de eerste keer zag dacht ik: Dat zal wel aan mij liggen. Ik lees het niet goed, of ik heb het rapport niet helemaal compleet. Ik mis de bijlagen of zoiets. In ieder geval keek ik er heel vreemd tegen aan. Ik zag alleen maar vreemde argumenten zonder onderbouwing. En toen brandde overal de kritiek los. Er werd zoveel over geschreven dat ik niet het idee had dat ik daar nog iets aan toe te voegen had. In brandweerland zijn de meningen over het rapport sterk verdeeld. De NVBR vindt het een goed rapport, de rest van Nederland niet. Nu is dit rapport, en vooral de reactie van de NVBR daarop, voor de bonden min of meer de druppel. Dus lijkt het rapport nog meer gevolgen te krijgen. Terwijl rapport op zich eigenlijk voor het grootste gedeelte bestaat uit een aantal stellingen waarvan de meeste al eerder aan de orde zijn geweest.  Weinig nieuws dus. Een paar voorbeelden:

De commissie is van mening dat er meerdere standaardbezettingen van een blusvoertuig moeten zijn. Slechts in 2-5% van alle daadwerkelijke incidenten is de slagkracht van de huidige basiseenheid nodig. In de overige situaties kan met minder worden volstaan. De commissie vindt het denken in risicodifferentiatie en differentiatie in opkomsttijden dan ook logisch en realistisch. Op basis hiervan is het invoeren van een lagere standaard voertuigbezetting met aangepaste bepakking mogelijk.

Het is zo jammer dat wij te maken hebben met een onberekenbare tegenstander, daar is nu eenmaal niets aan te doen. Achteraf kun je gemakkelijk zeggen: daar hadden we ook wel met 2 man naartoe gekund. Maar in ons vak kun je dat nu eenmaal niet voorspellen. Risicodifferentiatie wordt dan al gauw risicoverhoging. Bovendien: Dit is ongeveer hetzelfde als wanneer ik stel dat ik bijna altijd alleen in mijn auto rijd terwijl er vier personen in kunnen. Zonde van het materiaal en de extra kosten. Het meest efficiĆ«nt is dat ik dan een eenpersoons auto gebruik. Maar ja, die keren dat ik samen met mijn vrouw weg moet zal ik toch echt een grotere auto nodig zijn. Dus moet die ook klaar staan. Is dat goedkoper? Volgens de commissie levert dat 83,5 miljoen op. Jammer dat er geen onderbouwing bij is. Een dergelijke schatting kan ik ook wel maken. Al dit soort slechte onderzoeken, uitspraken van prominenten in het vak en daaruit voortvloeiende proeven kosten ook handen vol geld. Daar kunnen we ook een aardige besparing op halen. Bijvoorbeeld door eens een gedegen onderzoek starten en aan de hand van zo'n onderzoek gericht proeven te doen. In plaats van alle wildgroei aan TS2 en TS4 proeven die nu worden opgezet en waar niemand nog regie over heeft. Besparing? vast wel 5 miljoen.

Het valt de commissie op dat een groot deel van de bepakking van de tankautospuit tijdens de levensduur van een tankautospuit nauwelijks gebruikt wordt. Door spullen weg te laten, die niet of nauwelijks gebruikt worden, kan het opleiden en oefenen anders ingericht worden. Naar schatting levert dit 10 miljoen euro op.

Ik heb al eens eerder geschreven over dit soort stellingen, dit is een non-argument, een drogreden. Ik heb ook een reservewiel in mijn auto en een gevarendriehoek. nog nooit gebruikt. Moet ik die dan maar weglaten? En die 10 miljoen die het op zou brengen: alweer alleen maar een schatting, geen enkele onderbouwing.

Als de brandweer in staat is andere wijzen van werken te beschouwen, ontstaat er ruimte. Bijvoorbeeld: de brandweer baseert haar optreden in gebouwen op het op orde zijn van brandpreventieve maatregelen, terwijl de brandweer bij vrijwel elke controle constateert dat de maatregelen door menselijk handelen (deels) teniet gedaan zijn. De brandweer investeert veel in tekeningen van gebouwen voor planvorming, terwijl de brandweer uit de praktijk weet, dat het gebouw altijd net iets anders is (door een recente verbouwing). Kortom de brandweer loopt achter de feiten aan. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, aantallen mensen in gebouwen, brandkranen, enzovoorts.

We zijn dus zeg maar volgens de commissie Mans doorgeschoten. Omdat we achter de feiten aan lopen moeten we de feiten maar achterwege laten. Bij de Schipholbrand werd de hulpdiensten verweten dat er niet genoeg obectkennis aanwezig was. (Een toegangsweg die geen toegangsweg meer was bijvoorbeeld). Nu moeten we de weg die we toen zijn ingeslagen maar weer verlaten. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van de digitale bereikbaarheidskaart. We moeten maar op goed geluk ergens naar toe rijden. En we gaan met z'n allen met een piesstraaltje om de brand heen staan en laten de boel gewoon af branden. Voordeel is wel dat het ons dan niet meer verweten kan worden door de onderzoeksraad voor veiligheid als het fout gaat. Onzinnige stelling dus. Grappig te constateren is ook dat in de commissie vier NVBR mensen zaten, terwijl de NVBR ook initiatiefnemer is van het ontwikkelen van de digitale bereikbaarheidskaart, met het doel zo veel mogelijk risico's in beeld te brengen.

Waarom ik nu toch besloten heb iets te schrijven over het rapport Mans? Omdat ik iets niet begrijp. In het verleden is gebleken dat meneer Mans een kei van een bestuurder is. In veiligheidsland zijn er 2 mensen waar ik diep respect voor heb: Mr Pieter van Vollenhoven vanwege zijn rol als voorzitter van de onderzoeksraad voor de veiligheid en Jan Mans om de manier waarop hij, tijdens de vuurwerkramp, burgemeester van Enschede was. Standvastig, scherp en recht door zee. Ik heb nog eens wat terug gezocht op internet. Lees hier een interview met hem. Nu ga ik niet zeggen dat meneer Mans de vuurwerkramp heeft meegemaakt en dat hij beter moet weten en niet aan de brandweer moet tornen. Absoluut niet. Dat zou wel erg goedkoop zijn.  De vraag of het efficiĆ«nter kan is volkomen legitiem. Maar ik begrijp niet dat een man als Jan Mans zijn naam wil verbinden aan een dergelijk slecht gemaakt rapport. Dat is levensgevaarlijk. Voor de brandweer maar ook voor de burger. Dat zou hij toch beter moeten weten.

Geen opmerkingen: