zaterdag 22 januari 2011

Moerdijk

Op woensdag 5 januari 2011 brandde in Moerdijk het bedrijf Chemi-pack geheel af. Wat er bij elke grote brand gebeurt, gebeurde ook nu. Experts en wannebee experts riepen hun mening zonder dat er onderzoeksresultaten waren. De mensen die beter zouden moeten weten, de burgemeester, de brandweercommandant en de ter zake kundige arts gingen in een dorpshuis zitten verkondigen dat het allemaal wel mee viel, zonder dat er ook maar iets van de mogelijke effecten bekend was. Ook was er weer het standaard (on)zinnetje in het nieuws: "bij de brand zijn geen gevaarlijke stoffen vrij gekomen." Toppunt was wel brandweerexpert Fred Vos die de brandweer en de brandweerzorg een failliete boedel noemde. Niemand vind het schijnbaar vreemd dat de brandweer altijd de zwarte piet toegespeeld krijgt. Ze zijn te laat, doen alles verkeerd en zijn niet voorbereid op op een dergelijk groot incident. Pas veel later komt er mondjesmaat informatie beschikbaar en worden meningen bijgesteld. Op 11 januari komt het programma 1 vandaag met de eerste onderbouwde conclusie's. Alle inspectierapporten, waarschuwingsbrieven en correspondentie tussen de overheidsinstanties en het bedrijf worden op een rij gelegt en bekeken door hoogleeraar milieukunde Lucas Reijnders. Zijn conclusie: Het geheel is een aaneenschakeling van regels aan de laars lappen, wet ontduiken en dwangsommen niet betalen.

Cees van Beek van de VBV maakte in diezelfde uitzending een heldere opmerking: "Voor een vergunning zijn 2 partijen nodig: de aanvrager en de verlener." Dus dat de dwangsommen niet geïnd zijn, het bedrijf niet gesloten is en zelfs nog weer een nieuwe milieuvergunning krijgt zegt net zo veel over de verlener van de vergunning als de aanvrager. Hoe komt het dat een bedrijf wat zo de boel aan z'n laars lapt, dat het eigenlijk gesloten zou moeten worden, jarenlang zijn gang kan gaan?

Het eigenlijke probleem zit in het feit dat de handhaving en vergunningverlening gekoppeld is aan de politiek. Denkt u dat die brandweercommandant of die milieuambtenaar er belang bij heeft om de handhaving uiteindelijk maar niet door te zetten? Ik denk het niet. Ik denk dat als het er op aan komt, de politiek niet durft. Waarom niet? Politieke belangen zijn schijnbaar soms anders dan maatschappelijke belangen. Men werkt volgens een soort poldermodel. Steeds maar weer overleggen, belangen afwegen en compromissen sluiten. Wel vergunningen verlenen maar niet handhaven. Wel dwangsommen opleggen maar niet innen. Wel dreigen maar niet sluiten. En om te voorkomen dat zo'n bedrijf ergens anders naar toe gaat, wordt er toch weer een nieuwe milieuvergunning geven. Zo zijn bedrijven als Chemi-pack ook in Moerdijk terecht gekomen. Er zijn grote politieke belangen om een industrieterrein vol te krijgen en daarom worden op voorhand al dingen door de vingers zien. Hoe is het anders mogelijk dat een  BRZO bedrijf geen bedrijfsbrandweer heeft?

In Enschede bleek achteraf een opslagplaats van professioneel vuurwerk midden in een woonwijk te liggen, in Volendam bleek dat niet voldaan werd aan de voorschriften, en ook in Moerdijk werden de regels aan de laars gelapt. Het rapport Mans oppert dat de brandweer maar niet meer moet controleren omdat men toch steeds achter de feiten aan loopt. De brandveiligheid is immers een verantwoordelijkheid is van de eigenaar/gebruiker van het gebouw. Mans heeft geen gelijk. In veel gevallen loopt de brandweer niet achter de feiten aan maar worden de handhavers tegen gehouden door de politiek.

Nu heeft men in Moerdijk de "politieke angel" er uit gehaald door de burgemeester die toch al weg ging ontslag te laten nemen. Iedereen is uit de wind en verantwoordelijke wethouders kunnen blijven zitten. Jan Mans wordt aangesteld als interim burgemeester. Ik ben benieuwd of en hoe hij het politieke puin gaat ruimen. Ik hoop dat hij zijn eigen rapport er nog eens op na leest. Ook ben ik benieuwd of hij punt 3.2.1* van zijn eigen rapport kan uitleggen aan de burgers daar.

(citaat uit "Inzet gereed." ofwel het rapport Mans) 
* 3.2.1 Heroverwegingen in de werkwijze.
Als de brandweer in staat is andere wijzen van werken te beschouwen, ontstaat er ruimte. Bijvoorbeeld: de brandweer baseert haar optreden in gebouwen op het op orde zijn van brandpreventieve maatregelen, terwijl de brandweer bij vrijwel elke controle constateert dat de maatregelen door menselijk handelen (deels) teniet gedaan zijn. De brandweer investeert veel in tekeningen van gebouwen voor planvorming, terwijl de brandweer uit de praktijk weet, dat het gebouw altijd net iets anders is (door een recente verbouwing). Kortom de brandweer loopt achter de feiten aan. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, aantallen mensen in gebouwen, brandkranen, enzovoorts.
Op basis van het bovenstaande is de commissie gaan redeneren vanuit een ander gezichtspunt. De commissie neemt het gegeven dat de brandveiligheid in een gebouw niet op orde is als uitgangspunt en komt op basis daarvan tot de volgende heroverwegingen in de werkwijze. Afstoten controletaak De brandveiligheid is een verantwoordelijkheid van de eigenaar/gebruiker van het gebouw. De toezichthoudende taak van de brandweer/gemeenten neemt/nemen ongemerkt deze verantwoordelijkheid deels over. Stoppen met controles is zeer wel mogelijk, doch dan zal de brandweer uitgaan van de aanname dat het pand brandpreventief niet op orde is. Dit levert de volgende financiële ruimte op. Uitgaande van een gemiddeld kengetal van € 2,-- per inwoner per jaar voor handhaving en toezicht bedraagt de ombuigingsmogelijkheid in dit verband in totaal 33 miljoen euro. (einde citaat.)





1 opmerking:

Unknown zei

Helemaal mee eens Jan.

Het is wellicht goed nog eens te benadrukken dat brandveiligheidsvoorschriften de minimale eisen zijn die de overheid stelt. Dus, als je er volledig aan voldoet, zit je precies op het minimale dat de wetgever aanvaardbaar vindt. Er is dus geen speelruimte, maar je mag, als je je als verantwoordelijk eigenaar/gebruiker opstelt, natuurlijk altijd meer doen! Graag zelfs vanuit de brandweer gezien. Maar zeker niet minder. Daar is het namelijk een minimumeis voor.

Het zou goed zijn als bestuurders, maar ook de brandweer en vele anderen, zich dit aspect van de bestaande regelgeving nog eens goed zouden realiseren. De voorschriften zijn minimumeisen, daar moet je tenminste aan voldoen. Punt. Geen intenties, geen discussies, moeilijkheden of wat voor smoezen dan ook maar. Er is toch al vele tientallen jaren ervaring mee, en ook met de gevolgen.