vrijdag 22 februari 2013

brandweervrijwilliger

Toen ik een jaar of veertien was, was het de gewoonte om ’s avonds na het eten met een aantal jongens uit het dorp bij de brug in Bergentheim bij elkaar te staan. Zoals de jeugd nu SMS’t en whatsapp’t, zaten wij op de bagagedrager van onze fiets met de ellebogen op het zadel de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Een van die jongens was Theo van den Poll. Af en toe hoorden we de sirene gaan die op de brandweerkazerne stond. Een moment later reden dan Theo’s vader, Jan Veneman en nog wat andere brandweermensen met een rotgang over de brug op de fiets of in de auto naar de brandweerkazerne: de brandweervrijwilligers van de post Bergentheim. Theo’s vader was bevelvoerder en postcommandant. Natuurlijk vonden wij dat spannend. Op een dag kwam Theo met het verhaal dat er ook jeugdbrandweergroepen bestonden die, net als de vrijwilligersgroep van Bergentheim, meededen aan wedstrijden. Ons enthousiasme was gewekt. Theo’s vader nam het voortouw en zo werd de jeugdbrandweer van Bergentheim opgericht. Eerst onder leiding van Theo’s vader. Later nam Jan Veneman de leiding over. Theos’s ouders gingen als trouwe fans vaak mee naar de wedstrijden. Theo’s moeder was als een moeder voor de groep.

Toen ik zestien was, ging ik werken en leren bij Philips in Almelo. Ik popelde om daar lid te worden van de bedrijfsbrandweer. Dat mocht niet eerder dan ik 18 jaar was en de opleiding had afgerond. In die tijd haalde ik mijn diploma’s brandwacht en persluchtmaskerdrager. Ik mocht de cursussen daarvoor bij het korps van Hardenberg volgen. Zo hield ik contact met de leden van dat korps. Ik was vier jaar lid van de bedrijfsbrandweer. Daarna ging ik werken bij een metaalbedrijf in Hardenberg. Een van de eerste dingen die ik aan de bedrijfsleider daar vroeg, toen ik aangenomen was, was of men er bezwaar tegen had dat ik bij de vrijwillige brandweer zou gaan. Ik was inmiddels getrouwd en woonde ook in Hardenberg. Het zou prima kunnen. De bedrijfsleider had daar echter ernstige bezwaren tegen. Hij had familieleden die ook bij de brandweer waren en hij wist hoe het ging. ‘Als die pieper gaat, laten ze alles vallen en zijn ze weg’, was zijn motivatie. Na verloop van tijd veranderde ik nogmaals van werk. Ik had inmiddels een andere hobby gevonden. Ik presenteerde een nieuwsprogramma bij de ziekenomroep in het Röpcke-Zweersziekenhuis. Zo kwam het dat ik op een avond Jan Veneman uitnodigde. De brandweerpost van Bergentheim bestond 50 jaar en dat was een goeie reden voor een interview. Tijdens een pauze in dat interview onder een muziekje vroeg hij opeens: ‘Waarom ben jij niet meer bij de brandweer?’ Ik legde hem uit dat ik dat bij mijn vorige baas niet voor elkaar kreeg en dat ik er nu zo lang uit was dat ik het betwijfelde of ik nog wel weer aangenomen zou worden. Bovendien wist ik ook niet of mijn huidige werkgever wel toestemming zou geven. ‘Onzin’, riep hij, ‘je hebt de diploma’s en waar je nu werkt is dat vast geen probleem. Daar heeft Bats Borneman altijd gewerkt en die is ook jaren bij de brandweer geweest. En, als je eenmaal brandweerman bent… Ik kan me niet voorstellen dat het vuurtje niet nog een klein beetje smeult Jan. Ik ga het navragen bij de commandant. Je hoort er nog van.’ Twee weken later zat ik op een sollicitatiegesprek en werd ik aangenomen.

Later, in 2003, na de gemeentelijke herindeling was er plaats voor een tekenaar in vaste dienst bij het korps. Ik solliciteerde en werd aangenomen als burger. Daarnaast hield ik mijn vrijwilligersaanstelling. Het voelde alsof ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt had. Mijn werk als tekenaar is uitgegroeid naar operationeel voorbereider en MDT beheerder. Eind 2012 ben ik gestopt als vrijwilliger. Na ruim 28 jaar had ik het gevoel dat het genoeg was. Op zoveel jaar terugkijkend zijn de Hemabrand en de brand waarbij de Bonte Wever verloren ging wel de meest in het oog springend. Van de vele ongevallen waar we hulp moesten verlenen, zijn het ongeval aan de Jachthuisweg waar drie jongens uit Den Ham verongelukten, het tragische ongeluk bij de kruising Haardijk – N34 waarbij onder meer een zoon van een collega omkwam en de treinongevallen waar we moesten opruimen, het meest bijgebleven. Het was echter vooral mooi en dankbaar werk. De spanning, de uitdaging en de kameraadschap in een hecht team maakten het tot een mooie herinnering.

Geen opmerkingen: